Terugblik MOST-reis Kiev 2016

Beste leden,

Hierbij nog een mooi en sappige terugblik. Dit keer naar de MOST-reis naar Kiev in 2016. Wij snappen dat jullie smachten naar de verhalen van Minsk, maar nog heel even geduld. Deze komen er snel aan!


Zaterdag & zondag – Tomas
Om een vlekkeloze reis voor de MOST-leden te organiseren had de reiscommissie alvast onze ervaren hostelpionier Laetitia op verkenningstocht naar Kiev gestuurd. ’s Middags, nog voor het vertrek van het MOST-peloton, ontvingen wij reeds de eerste rapportage: hostel zeer basic, met een vriendelijke oudere dame en roze lampenkappen. Met dit in het achterhoofd stapten we – met een wat uitgedunde groep, daar Tjad en IJsbrand later zouden aansluiten  – vol spanning het KLM-vliegtuig in. Jazeker, u hoort het goed, zo chique rolt MOST: beenruimte, vliegtuigmaaltijden én glimlachende steward(esse)s! Hoera!
Na een voorspoedige vlucht en het snelle ontvangen van onze bagage lieten we ons al rap door een tweetal ietwat maffiose figuren (“Schrijft u zelf de bon maar uit!”) in busjes van het vliegveld Borispol naar het centrum van Kiev rijden. Rond een uur of twee ’s nachts liepen we na het vinden van ons hostelhofje en het beklimmen van heel wat traptreden het hostel binnen, om verwelkomd te worden door onze innemende en zorgzame gastvrouw Ljoebov’ (nomen est omen!).

Een wat korte, maar goede nacht op heerlijke matrassen later, begaven we ons op zondagmiddag richting de Sint-Sophiakathedraal: een mooie en imposante kathedraal, die zich tegenwoordig door een ingewikkelde machtsstrijd achter de schermen echter meer als een museum dan als heiligdom presenteert, zo bleek onder meer door de welbekende, meedogenloze suppoostmadammen aldaar (“Geen foto’s!”). Met een heerlijke stolovajalunch achter de kiezen dwaalden we nog wat door de stad, om op het terrein van het holenklooster (dat we later die week nog zouden bezoeken) de middag af te sluiten. ’s Avonds konden we onder het genot van onder meer tsjeboereki en chinkali met Georgische rode wijn proosten op de gezellige MOST-week die ons nog te wachten stond. 

Maandag – Emile
Het was op maandagochtend voor enkelen in de groep, na een avond gespendeerd te hebben in de bar Натюрлiх, uitermate moeilijk om weer op te staan, maar na enige aansporing kon een nieuwe dag in Kiev uiteindelijk toch beginnen.

Rond 10 uur stond de hele MOST-brigade op de Majdan, waar enkele informatieborden over de Tweede Wereldoorlog in Oekraïne stonden die in detail vertelden over het Molotov-Ribbentroppact, de annexatie van Oost-Polen, de Duitse invasie en de guerrillaoorlog die Oekraïense nationalisten voerden in het Westen van Oekraïne. Tevens bekeken we de Алея Героїв Небесної Сотні, waar monumentjes staan voor de demonstranten die om zijn gekomen op de Majdan. Waarna we ons begaven in de richting van het Михайлівський Золотоверхий монастир (Michaëlsklooster met de Gouden Koepels), dat we links lieten liggen; op het programma stond immers een bezoek aan het Nationaal Historisch Museum! Het was even zoeken naar het museum, want het ligt in een aan het oog onttrokken park. Toen het park eenmaal gevonden was, was het museum echter niet te missen: midden in het groen stond het museum als een eenzame, oude, grijze, uitermate Sovjet aandoende monstruositeit. We lieten ons hierdoor niet weerhouden en lieten de reiscommissie kaartjes kopen bij een kassa waar een sticker duidelijk maakte dat hier Oekraïens als voertaal werd geprefereerd. Het museum bestond uit grote zalen met volgestouwde kasten die de bezoeker meenamen op een reis door de geschiedenis van Oekraïne. De bovenste verdieping was recenter ingericht en herkauwde voor de honderdste keer het verhaal van de Majdan en de oorlog tegen ‘separatisten’ in het oosten.

Vervolgens besloten we naar de wijk Podil te gaan voor lunch, wat betekende dat we via de Андріївський узвіз moesten lopen om daar te geraken. Deze straat staat vol met kraampjes en in veel van de aan de straat gelegen huizen zijn kunstgalerijen en musea gevestigd.

Na de lunch was het tijd voor het Tsjernobylmuseum. Hier kwamen we via een lange trap aan in een grote ruimte. In deze ruimte stonden voorwerpen uit de ‘zone’ opgesteld en een monitor die, nadat Alessandro wat had gerommeld met de computer, documentaires toonde over de ramp: de eerste MOST-filmmiddag was een feit! Verder herbergde het museum zalen met informatie over de ramp en de nasleep ervan.

Daarna volgde een korte wandeling door de wijk Podil. Deze wijk ligt in het lage gedeelte van de stad en was vroeger dan ook een handelswijk. We wandelden naar de rivier, waar een apart kerkje lag: de Церква Миколи Чудотворця на воді (Kerk van Nikolaas de Wonderdoener op het water). Dit in 2004 gebouwde kerkje ligt niet aan, maar ín de rivier! Het kerkje staat op een zuil, verbonden met het vasteland door een korte brug. De wandeling ging verder richting de kabelspoorweg van Kiev, die Podil verbindt met het hoge gedeelte van de stad. Een korte rit bracht ons weer bij het Michaëlsklooster en zo was de cirkel weer compleet.

Inmiddels was het avond, dus begonnen de MOST-brigadiers weer honger te krijgen. Teruglopend naar Majdan werd besloten te gaan eten bij het Krim-Tataars restaurant Крим.

Het eten was bijzonder: de Krim-Tataarse keuken is een opmerkelijke mix van Turks, Kaukasisch en Oekraïens eten en het smaakte goed – hoewel de bediening enige moeite had met zo’n grote groep eters.

Dinsdag – Alessandro
Op de dinsdag van de MOST-reis bezochten we nogmaals het Holenklooster, maar dit keer namen we ook een kijkje in de nauwe gangen. Voor een lange Nederlander als ik was het af en toe erg benauwend en overal rook het naar de kaarsjes, die je in elke orthodoxe kerk voor een paar centen kunt kopen. In de gangen en ruimtes stonden opgebaarde kisten met daarin in doeken gewikkelde lichamen. Op het terrein aten we vervolgens onze lunch, waarna we onze weg vervolgden naar het Oorlogsmuseum.

De volledige naam van het museum luidt: “Museum van de geschiedenis van Oekraïne in de Tweede Wereldoorlog.” Overigens heette dit museum tot een jaar geleden “Museum van de Grote Vaderlandse Oorlog”, maar deze Sovjetterm is inmiddels verboden. Op het terrein rondom het museum stonden door het Oekraïense leger geconfisqueerde Russische legervoertuigen uit de Donbas en Loehansk opgesteld. Op de bijschriften stond vermeld dat deze voertuigen dienden als bewijs van de illegale steun van Rusland aan de separatisten. Eén tank was helemaal in de Oekraïense tweekleur geschilderd. Verder staat er boven op het museum een kolossaal beeld van Moeder Moederland, met een zwaard en een Sovjet-schild.

Eenmaal in het Oorlogsmuseum moest ik steeds sterk denken aan het Museum van de Vaderlandse Oorlog in Moskou. Beide musea stammen dan ook uit de Sovjettijd, en zijn qua stijl sterk gelijkend. Het enige wat veranderd is aan de expositie, is volgens mij dat alle Russischtalige teksten grotendeels vervangen zijn door Oekraïenstalige. Wel Engelse, Franse en zelfs Duitse teksten, maar Russisch is lastig te vinden.

In het museum was op de eerste etage een huldigingsceremonie aan de gang. Soldaten, die vermoedelijk gevochten hadden in het oosten, maar ik viel er enigszins middenin, werden één voor één naar voren geroepen en werden onthaald met een groot applaus door de aanwezigen. Eén verdieping lager was een redelijk nieuwe expositie, met voorwerpen en foto’s uit het oosten.

Het museum laat volgens mij een spagaat van Oekraïne zien. Aan de ene kant is er de nagedachtenis oorlogsgeschiedenis uit het Sovjetverleden die men probeert in stand te houden, maar aan de andere kant probeert men het communistische symboliek uit te bannen. Dit in tegenstelling tot Rusland, waar de Sovjetsymboliek juist steeds sterker weer verweven wordt met de oorlog

Woensdag – Maartje
Het is woensdag! Precies halverwege de week. Vandaag ontsnappen we even aan de drukte van de stad en gaan we per busje naar Tsjernihiv; een stadje op twee uur rijden van Kiev. De zon schijnt lekker en tijdens de busreis kunnen we iets meer bekijken van Oekraïne. Of slapen, want het is nog vroeg.

Aangekomen in Tsjernihiv komen we direct in een park terecht. In het park staan veel prachtige, oude kerken. We bezoeken er een en lopen dan verder naar het historisch museum, dat we bezoeken met een tourguide. Daarna gaan we snel even het kunstmuseum van Tsjernihiv in. Dit allemaal gratis: het is день бесплатных музеев omdat het een nationale herdenkingsdag is voor de deportatie van de Krim Tataren. Als toeristen uit Nederland vallen we erg op. (“Из Голландии? Боже мой!”) Na de lunch wandelen we wat door de stad, chillen we in een park en sommigen van ons bezoeken een bizarre moderne ruïne, erg shady en obscuur. Om 5 uur gaan we weer terug met de bus. ’s Avonds eten we in groepjes maar treffen we elkaar weer in een pub, waar we tot in de vroege uurtjes blijven hangen en geel-blauwe shots drinken die ‘слава украини’ heten. Alles bij elkaar een mooie dag!

Donderdag – IJsbrand
De ochtend begint met een bezoek aan de ambassade. Er is om elf uur afgesproken en we willen koste wat het kost niet te laat komen, dus we vertrekken ruim op tijd. Zo ruim op tijd dat we, zelfs met nog even zoeken naar de precieze locatie, om half elf voor de deur staan. Gelukkig staat er aan de overkant van de straat één van het ontelbaar aantal kerken in Kiev en schijnt de zon, waardoor dat half uurtje snel voorbij gaat. De ambassade is beveiligd met een sluis bij de ingang, waardoor de groep in tweeën naar binnen moet. Bij binnenkomst valt een bescheiden staatsportret van ons koningspaar op en lopen we naar de eerste verdieping via een ruime wenteltrap. We nemen plaats in de groepsruimte en, nadat twee diplomaten zich hebben voorgesteld, spreken we over de oorlog in Oekraïne, (de nasleep van) MH17 en de interne politieke situatie in het land. Het gesprek wordt afgesloten met een oproep voor een stageplek, waarbij een aantal ogen beginnen te glinsteren: zou het voor hen zijn weggelegd..? Voordat we het gebouw verlaten, worden de toiletten nog druk bezocht, die een welkome afwisseling zijn op de – veelal niet schoongemaakte, WC-papierloze – hurktoiletten in de stad.

In de middag staat een bezoek aan het Nationaal Kunstmuseum gepland. Tassen en jassen moeten bij de ingang afgegeven worden, zoals in veel musea gebruikelijk is. De tentoonstelling die volgt is erg afwisselend. De vaste expositie bestaat veelal uit – voor mij onbekende – Oekraïense kunst: portretten, landschappen en andere herkenbare taferelen. De tijdelijke tentoonstelling is heel experimenteel. Met gebruikmaking van video, audio, schilderdoeken en wandtapijten hebben kunstenaars uit diverse Europese landen een moderne expositie samengesteld. De meningen in de groep zijn erg wisselend, merk ik aan het deel van de groep dat zich al naast de trap heeft genesteld als ik beneden kom. ‘Te experimenteel’, ‘bijzonder’ en ‘voor mij niet weggelegd’ wisselen elkaar af. Zo lekker als het weer vanochtend was, zo slecht is het wanneer we het museum weer verlaten. Het regent, waait en is koud. Een deel van de groep besluit – mede om die reden – de geplande twee-en- een-half uur durende stadswandeling over te slaan. Ik ben blij dat ik wel ben aangehaakt, al is het maar omdat het al redelijk snel stopt met regenen. De tourguide leidt ons langs diverse gebouwen uit de 20ste eeuw, waaronder de nationale bank, het parlement en delen van de presidentiële residenties. Het begin van de tour, waarin we langs een groot aantal geïmproviseerde monumentjes liepen, maakte indruk. Het ging om veelal jonge mensen die bij de protesten op het Maidanplein zijn omgekomen, of “neergeschoten door snipers”, zoals Veronika de tourguide het omschreef. Ze vertelde er interessant en erg betrokken over.

Na afloop van de tour staat het ‘MOST-etentje’ op de planning, waar menigeen al een paar dagen naar heeft uitgekeken. Voor de krappe tien euro die we kunnen besteden, krijg ik een heerlijk voor-, hoofd- en nagerecht voorgeschoteld. En een drankje. Met dank aan een zeer prettige Grivna/Euro-wisselkoers. De avond wordt in het hostel afgesloten, met het plannen van onze vrije vrijdag, met bier in het nabijgelegen Trolleybus-cafe en uiteraard met een bezoek aan de 24/7-supermarkt om de hoek.

Vrijdag – Emma
Vrijdag was onze vrije dag waarop ieder voor zich mocht bepalen wat hij nog op zijn bucketlist had staan. Een groepje begaf zich daarom naar het landgoed van voormalig president Janoekovitsj, gelegen aan de Dnjepr, ongeveer 40 minuten rijden van Kiev. Voor als je je af vraagt hoe groot dit landgoed precies is, ze hebben twee uur op fietsen rond gereden en nog niet alles gezien! Anderen bezochten de boekenmarkt, waar je een boek kon meenemen voor vijf Grivna (ongeveer 18 cent), en de etensmarkt waar je alles mocht proeven en blokken varkensvet kon kopen. Ook het Lenin standbeeld en de Rosjen chocoladewinkel in eigendom van president Porosjenko werden nog bezocht. ’s Avonds bezochten we gezamenlijk een concert in de filharmonie genaamd ‘Het einde van de Kievse lente’ waarin wij konden genieten van klassieke stukken, afwisselend begeleid door een soliste. We werden zelfs nog door een lief vrouwtje van onze stoelen aan de zijkant naar hele goede stoelen in het midden gestuurd. Na het concert begaf iedereen zich door de regen terug naar het hostel om zich klaar te maken voor de veelbelovende Tsjernobyl excursie die de volgende dag zou plaatsvinden.

Zaterdag 1 – Jan
Op de laatste dag van deze Most-reis, verliet onze delegatie dappere mostlims al vroeg in de ochtend het huiselijke comfort van zijn hostel, om vanaf de andere kant van de stad op de bus naar Tsjernobyl te stappen. Ikzelf keek (net als veel andere mostlims) erg uit naar deze pelgrimstocht, al wist ik (net als veel andere mostlims) niet precies wat ik kon verwachten. Nu ik alles even heb kunnen laten bezinken, kan ik oprecht zeggen, dat ik alles behalve teleurgesteld ben. Tsjernobyl was een werkelijk een unieke ervaring, want ondanks al zijn afschuwelijke littekens, getuigt deze plek ook van het herstelvermogen van zowel natuur, als mens. Het is lastig om alle indrukken van het gebied via een beeldscherm over te brengen, helemaal in tekst, maar hieronder zal ik er een poging tot doen.

Rond een uur of tien, arriveerden we na een laatste briefing bij het eerste checkpoint, waar we na een laatste paspoortcontrole de zogenaamde ‘ontvreemdingszone’ binnen kwamen. Mocht dat een beetje grimmig klinken, het idee van een uitstap naar Tsjernobyl riep van tevoren ook niet veel anders op, maar reden voor spanning bleek er niet te zijn. Het groen in het uiterste gebied was bijzonder levendig en onze geigertellers bijzonder stil. Dat is maar goed ook, want in het stadje Tsjernobyl, waar we even later stopten, verblijven er tegenwoordig nog zo’n paar duizend mensen. Toch word je door de stille sfeer en de vele monumenten in het stadje en door de andere, compleet uitgestorven dorpjes in de streek herinnerd aan de gebeurtenissen van ’86.

Op de volgende stop zagen we één van de meest bizarre verschijnselen in het gebied. Verstopt tussen de naaldbossen en ingenieus uit de schijnwerpers gehouden als gesloten scoutingkamp (met nonchalant beschilderde bushalte en al), ligt de geheime militaire stad Tsjernobyl 2, met de gigantische Doega radar. Samen met de kille kazernes maakt dit de obscuriteit van de ontvreemdingszone compleet.

Al snel daarna was uit de verte de beruchte reactor te zien, nog net niet overschaduwd door zijn toekomstige overkapping. Toen we met de bus langs de kerncentrale aan de andere kant van het koelkanaaltje reden, sloegen alle geigertellers uit. Na een rondje om het terrein stopten we bij het monument aan de kernramp, met daarachter het zicht op de reactor. Ik kan niet zeggen dat het niet raar voelde om van zo dichtbij (toch nog een paar honderd meter) een blik te werpen op het epicentrum van de kernramp. Naast dit duistere beeld van de geschiedenis lag een wat meer heldere toekomst; de nieuwe sarcofaag, die binnenkort in gebruiken zou moeten worden genomen. Nog steeds wordt er hard gewerkt aan de gevolgen van de catastrofe, op de reactor waren er zelfs nog een aantal mensen te zien. In de nabij gelegen kantine van het centralepersoneel kon iedereen even bijkomen met een stevige Oekraïense lunch.

Als afsluiting, en misschien wel als hoogtepunt van de tour bezochten we de spookstad Pripjat, vooral bekend om zijn iconische kermis. Deze ‘atoomstad’, gebouwd voor de arbeiders van de centrale, werd zwaar getroffen tijdens de ramp. De straten en gebouwen zijn na de ramp uitgestorven, de inwoners van Pripjat zouden nooit meer terugkeren. De rondleiding door deze eens perfecte Sovjetstad leverde een reeks bijzondere beelden op: overgroeide parkjes, rijen lege flatgebouwen, vervallen buurtcentra en een geplunderde supermarkt. Het contrast tussen het leven voor de kernramp (wat er aan beeldmateriaal van beschikbaar is) en de situatie in de stad nu is nauwelijks te bevatten. Na zo’n uurtje rondgelopen te hebben door de stad, was het tijd om de zone te verlaten. Een moment stilte bij het monument aan de brandweerlieden van Tsjernobyl vormde een mooie afsluiting van een indrukwekkende dag.

Voor iedereen die niet is geweest, zou ik het zeker aanbevelen om een keertje naar Tsjernobyl te gaan. Een kijkje in het gebied is hartstikke interessant en tegenwoordig ook ongevaarlijk, iedereen is heelhuids en zelfs met alle schoenen teruggekeerd.

Zaterdag 2 – Pieter
Het gros is naar Tsjernobyl; Sophie, Susan en ik blijven in Kiev. Een zeer geslaagde dag, zowel beginnend als eindigend met miscommunicatie.

Om 6 uur vertrekt de Tsjernobyl groep. Een leuk tafereeltje waarbij zo zacht mogelijk wordt gedaan maar iedereen toch al wakker is. Nadat de laatste naar beneden is, draai ik me weer om en ben ik weer vertrokken.

7.44 – Sms Alessandro

“Heey Pieter, Marit voelt zich niet goed en gaat straks terug. 11u redt ze wel maar kun jij tegen de gastvrouw zeggen dat ze op haar wacht?”

Weer wakker leggen we de situatie even aan Ljoebov’ uit. We krijgen de sleutel en gaan uitgebreid ontbijten met havermoutpap (even terug in het ouderlijk huis) en blini.

Om elf uur is Sophie wel klaar met wachten en vertrekt. Na wat sms’jes naar verschillende Marits blijkt onze Marit toch in Tsjernobyl te zitten. Niet getreurd, Susan en ik vertrekken onmiddellijk naar een of ander openlucht museum, gevonden in een gidsje. Verder onmogelijk te bereiken: geen trolleybussen of marsjoetki vanaf het stationnetje zoals aangegeven. Zelfs een oude baas kan ons niet helpen. Ons Russisch was nog niet goed genoeg om zijn Oekraïens (of toch Russisch?) te verstaan. Als hij vraagt ob wir deutsch sprechen en mijn antwoord volmondig “DA!” is, weet hij het helemaal niet meer. We bereiken onze bestemming uiteindelijk ook niet. Dan maar terug naar het centrum.

Na de gouden Poort bekeken te hebben struinen wij wat door Kievse straatjes in de hoop ergens uit te komen waar ze toeristenrommel verkopen. Uitgekomen op het plein voor de St. Michaelskathedraal is het eerste wat wij zien: “HOP NEDERLAND HOP” en veel blije mensen. 21 mei, de dag van Europa in Oekraïne. Duitse volksdans (door omstanders beschreven als Nederlandse volksdans), Engelse theequizzen, Franse taalcursussen en wat knutseltafeltjes (de Nederlandse show was blijkbaar al afgelopen o.i.d.) Nog een Oekraïens-Duits vlaggetje gescoord en een paar jongens met kunstjes op een rekstok gezien. Natuurlijk mocht een kleine herinnering aan de Donbas niet ontbreken.

Hoe gezellig het ook was, we moesten toch souvenirs hebben. Bij het afstruinen van de markt hebben we een afslag naar de kunstmarkt genomen en ongeveer duizend schilderijen gezien. Uiteindelijk belandden met een beker koude kwas op een fietsbrug over de Dnjepr, zijn we even op het strandje geweest en liepen langs de bungeejumpende mensen weer terug richting hostel. De sfeer in Kiev was een stuk aangenamer dan ik zo van Tsjernobyl inschat.

Terug in het hostel kunnen we met de volgende miscommunicatie beginnen. Na wat heen en weer ge-sms (en soms alleen maar heen) over waar wij de groep zouden treffen krijg ik weer een bijzonder bericht: “Wij staan nu op 1km van het station stil” even later: “Bus heeft[ ]geen benzine meer”. Eerste reactie: wij zijn jaloers, echte Oostblok taferelen. Tweede reactie, ze zoeken het maar uit, wij wachten zoals (wat bleek: eigenlijk niet) was afgesproken op het station. Half tien, nog niemand te bekennen, het kleine flesje wodka is inmiddels leeg en we hebben nog niks gegeten. Gelukkig deed de metro het weer dus was terugweg iets korter.

Eindelijk avondeten in de vorm van bier en pelmeni in Trollyebus, een kroeg met semi- tot niet-grappige plaatjes aan de muur waar niet gekaart mocht worden. Om 3 uur naar de supermarkt voor 13 flessen wodka als souvenir en om 4 uur in de bus naar het vliegveld. Uiteindelijk een zeer vrolijke, relaxte, weinig geplande, laatste dag!