Terugblik MOST-reis Kiev 2016

Beste leden,

Hierbij nog een mooi en sappige terugblik. Dit keer naar de MOST-reis naar Kiev in 2016. Wij snappen dat jullie smachten naar de verhalen van Minsk, maar nog heel even geduld. Deze komen er snel aan!


Zaterdag & zondag – Tomas
Om een vlekkeloze reis voor de MOST-leden te organiseren had de reiscommissie alvast onze ervaren hostelpionier Laetitia op verkenningstocht naar Kiev gestuurd. ’s Middags, nog voor het vertrek van het MOST-peloton, ontvingen wij reeds de eerste rapportage: hostel zeer basic, met een vriendelijke oudere dame en roze lampenkappen. Met dit in het achterhoofd stapten we – met een wat uitgedunde groep, daar Tjad en IJsbrand later zouden aansluiten  – vol spanning het KLM-vliegtuig in. Jazeker, u hoort het goed, zo chique rolt MOST: beenruimte, vliegtuigmaaltijden én glimlachende steward(esse)s! Hoera!
Na een voorspoedige vlucht en het snelle ontvangen van onze bagage lieten we ons al rap door een tweetal ietwat maffiose figuren (“Schrijft u zelf de bon maar uit!”) in busjes van het vliegveld Borispol naar het centrum van Kiev rijden. Rond een uur of twee ’s nachts liepen we na het vinden van ons hostelhofje en het beklimmen van heel wat traptreden het hostel binnen, om verwelkomd te worden door onze innemende en zorgzame gastvrouw Ljoebov’ (nomen est omen!).

Een wat korte, maar goede nacht op heerlijke matrassen later, begaven we ons op zondagmiddag richting de Sint-Sophiakathedraal: een mooie en imposante kathedraal, die zich tegenwoordig door een ingewikkelde machtsstrijd achter de schermen echter meer als een museum dan als heiligdom presenteert, zo bleek onder meer door de welbekende, meedogenloze suppoostmadammen aldaar (“Geen foto’s!”). Met een heerlijke stolovajalunch achter de kiezen dwaalden we nog wat door de stad, om op het terrein van het holenklooster (dat we later die week nog zouden bezoeken) de middag af te sluiten. ’s Avonds konden we onder het genot van onder meer tsjeboereki en chinkali met Georgische rode wijn proosten op de gezellige MOST-week die ons nog te wachten stond. 

Maandag – Emile
Het was op maandagochtend voor enkelen in de groep, na een avond gespendeerd te hebben in de bar Натюрлiх, uitermate moeilijk om weer op te staan, maar na enige aansporing kon een nieuwe dag in Kiev uiteindelijk toch beginnen.

Rond 10 uur stond de hele MOST-brigade op de Majdan, waar enkele informatieborden over de Tweede Wereldoorlog in Oekraïne stonden die in detail vertelden over het Molotov-Ribbentroppact, de annexatie van Oost-Polen, de Duitse invasie en de guerrillaoorlog die Oekraïense nationalisten voerden in het Westen van Oekraïne. Tevens bekeken we de Алея Героїв Небесної Сотні, waar monumentjes staan voor de demonstranten die om zijn gekomen op de Majdan. Waarna we ons begaven in de richting van het Михайлівський Золотоверхий монастир (Michaëlsklooster met de Gouden Koepels), dat we links lieten liggen; op het programma stond immers een bezoek aan het Nationaal Historisch Museum! Het was even zoeken naar het museum, want het ligt in een aan het oog onttrokken park. Toen het park eenmaal gevonden was, was het museum echter niet te missen: midden in het groen stond het museum als een eenzame, oude, grijze, uitermate Sovjet aandoende monstruositeit. We lieten ons hierdoor niet weerhouden en lieten de reiscommissie kaartjes kopen bij een kassa waar een sticker duidelijk maakte dat hier Oekraïens als voertaal werd geprefereerd. Het museum bestond uit grote zalen met volgestouwde kasten die de bezoeker meenamen op een reis door de geschiedenis van Oekraïne. De bovenste verdieping was recenter ingericht en herkauwde voor de honderdste keer het verhaal van de Majdan en de oorlog tegen ‘separatisten’ in het oosten.

Vervolgens besloten we naar de wijk Podil te gaan voor lunch, wat betekende dat we via de Андріївський узвіз moesten lopen om daar te geraken. Deze straat staat vol met kraampjes en in veel van de aan de straat gelegen huizen zijn kunstgalerijen en musea gevestigd.

Na de lunch was het tijd voor het Tsjernobylmuseum. Hier kwamen we via een lange trap aan in een grote ruimte. In deze ruimte stonden voorwerpen uit de ‘zone’ opgesteld en een monitor die, nadat Alessandro wat had gerommeld met de computer, documentaires toonde over de ramp: de eerste MOST-filmmiddag was een feit! Verder herbergde het museum zalen met informatie over de ramp en de nasleep ervan.

Daarna volgde een korte wandeling door de wijk Podil. Deze wijk ligt in het lage gedeelte van de stad en was vroeger dan ook een handelswijk. We wandelden naar de rivier, waar een apart kerkje lag: de Церква Миколи Чудотворця на воді (Kerk van Nikolaas de Wonderdoener op het water). Dit in 2004 gebouwde kerkje ligt niet aan, maar ín de rivier! Het kerkje staat op een zuil, verbonden met het vasteland door een korte brug. De wandeling ging verder richting de kabelspoorweg van Kiev, die Podil verbindt met het hoge gedeelte van de stad. Een korte rit bracht ons weer bij het Michaëlsklooster en zo was de cirkel weer compleet.

Inmiddels was het avond, dus begonnen de MOST-brigadiers weer honger te krijgen. Teruglopend naar Majdan werd besloten te gaan eten bij het Krim-Tataars restaurant Крим.

Het eten was bijzonder: de Krim-Tataarse keuken is een opmerkelijke mix van Turks, Kaukasisch en Oekraïens eten en het smaakte goed – hoewel de bediening enige moeite had met zo’n grote groep eters.

Dinsdag – Alessandro
Op de dinsdag van de MOST-reis bezochten we nogmaals het Holenklooster, maar dit keer namen we ook een kijkje in de nauwe gangen. Voor een lange Nederlander als ik was het af en toe erg benauwend en overal rook het naar de kaarsjes, die je in elke orthodoxe kerk voor een paar centen kunt kopen. In de gangen en ruimtes stonden opgebaarde kisten met daarin in doeken gewikkelde lichamen. Op het terrein aten we vervolgens onze lunch, waarna we onze weg vervolgden naar het Oorlogsmuseum.

De volledige naam van het museum luidt: “Museum van de geschiedenis van Oekraïne in de Tweede Wereldoorlog.” Overigens heette dit museum tot een jaar geleden “Museum van de Grote Vaderlandse Oorlog”, maar deze Sovjetterm is inmiddels verboden. Op het terrein rondom het museum stonden door het Oekraïense leger geconfisqueerde Russische legervoertuigen uit de Donbas en Loehansk opgesteld. Op de bijschriften stond vermeld dat deze voertuigen dienden als bewijs van de illegale steun van Rusland aan de separatisten. Eén tank was helemaal in de Oekraïense tweekleur geschilderd. Verder staat er boven op het museum een kolossaal beeld van Moeder Moederland, met een zwaard en een Sovjet-schild.

Eenmaal in het Oorlogsmuseum moest ik steeds sterk denken aan het Museum van de Vaderlandse Oorlog in Moskou. Beide musea stammen dan ook uit de Sovjettijd, en zijn qua stijl sterk gelijkend. Het enige wat veranderd is aan de expositie, is volgens mij dat alle Russischtalige teksten grotendeels vervangen zijn door Oekraïenstalige. Wel Engelse, Franse en zelfs Duitse teksten, maar Russisch is lastig te vinden.

In het museum was op de eerste etage een huldigingsceremonie aan de gang. Soldaten, die vermoedelijk gevochten hadden in het oosten, maar ik viel er enigszins middenin, werden één voor één naar voren geroepen en werden onthaald met een groot applaus door de aanwezigen. Eén verdieping lager was een redelijk nieuwe expositie, met voorwerpen en foto’s uit het oosten.

Het museum laat volgens mij een spagaat van Oekraïne zien. Aan de ene kant is er de nagedachtenis oorlogsgeschiedenis uit het Sovjetverleden die men probeert in stand te houden, maar aan de andere kant probeert men het communistische symboliek uit te bannen. Dit in tegenstelling tot Rusland, waar de Sovjetsymboliek juist steeds sterker weer verweven wordt met de oorlog

Woensdag – Maartje
Het is woensdag! Precies halverwege de week. Vandaag ontsnappen we even aan de drukte van de stad en gaan we per busje naar Tsjernihiv; een stadje op twee uur rijden van Kiev. De zon schijnt lekker en tijdens de busreis kunnen we iets meer bekijken van Oekraïne. Of slapen, want het is nog vroeg.

Aangekomen in Tsjernihiv komen we direct in een park terecht. In het park staan veel prachtige, oude kerken. We bezoeken er een en lopen dan verder naar het historisch museum, dat we bezoeken met een tourguide. Daarna gaan we snel even het kunstmuseum van Tsjernihiv in. Dit allemaal gratis: het is день бесплатных музеев omdat het een nationale herdenkingsdag is voor de deportatie van de Krim Tataren. Als toeristen uit Nederland vallen we erg op. (“Из Голландии? Боже мой!”) Na de lunch wandelen we wat door de stad, chillen we in een park en sommigen van ons bezoeken een bizarre moderne ruïne, erg shady en obscuur. Om 5 uur gaan we weer terug met de bus. ’s Avonds eten we in groepjes maar treffen we elkaar weer in een pub, waar we tot in de vroege uurtjes blijven hangen en geel-blauwe shots drinken die ‘слава украини’ heten. Alles bij elkaar een mooie dag!

Donderdag – IJsbrand
De ochtend begint met een bezoek aan de ambassade. Er is om elf uur afgesproken en we willen koste wat het kost niet te laat komen, dus we vertrekken ruim op tijd. Zo ruim op tijd dat we, zelfs met nog even zoeken naar de precieze locatie, om half elf voor de deur staan. Gelukkig staat er aan de overkant van de straat één van het ontelbaar aantal kerken in Kiev en schijnt de zon, waardoor dat half uurtje snel voorbij gaat. De ambassade is beveiligd met een sluis bij de ingang, waardoor de groep in tweeën naar binnen moet. Bij binnenkomst valt een bescheiden staatsportret van ons koningspaar op en lopen we naar de eerste verdieping via een ruime wenteltrap. We nemen plaats in de groepsruimte en, nadat twee diplomaten zich hebben voorgesteld, spreken we over de oorlog in Oekraïne, (de nasleep van) MH17 en de interne politieke situatie in het land. Het gesprek wordt afgesloten met een oproep voor een stageplek, waarbij een aantal ogen beginnen te glinsteren: zou het voor hen zijn weggelegd..? Voordat we het gebouw verlaten, worden de toiletten nog druk bezocht, die een welkome afwisseling zijn op de – veelal niet schoongemaakte, WC-papierloze – hurktoiletten in de stad.

In de middag staat een bezoek aan het Nationaal Kunstmuseum gepland. Tassen en jassen moeten bij de ingang afgegeven worden, zoals in veel musea gebruikelijk is. De tentoonstelling die volgt is erg afwisselend. De vaste expositie bestaat veelal uit – voor mij onbekende – Oekraïense kunst: portretten, landschappen en andere herkenbare taferelen. De tijdelijke tentoonstelling is heel experimenteel. Met gebruikmaking van video, audio, schilderdoeken en wandtapijten hebben kunstenaars uit diverse Europese landen een moderne expositie samengesteld. De meningen in de groep zijn erg wisselend, merk ik aan het deel van de groep dat zich al naast de trap heeft genesteld als ik beneden kom. ‘Te experimenteel’, ‘bijzonder’ en ‘voor mij niet weggelegd’ wisselen elkaar af. Zo lekker als het weer vanochtend was, zo slecht is het wanneer we het museum weer verlaten. Het regent, waait en is koud. Een deel van de groep besluit – mede om die reden – de geplande twee-en- een-half uur durende stadswandeling over te slaan. Ik ben blij dat ik wel ben aangehaakt, al is het maar omdat het al redelijk snel stopt met regenen. De tourguide leidt ons langs diverse gebouwen uit de 20ste eeuw, waaronder de nationale bank, het parlement en delen van de presidentiële residenties. Het begin van de tour, waarin we langs een groot aantal geïmproviseerde monumentjes liepen, maakte indruk. Het ging om veelal jonge mensen die bij de protesten op het Maidanplein zijn omgekomen, of “neergeschoten door snipers”, zoals Veronika de tourguide het omschreef. Ze vertelde er interessant en erg betrokken over.

Na afloop van de tour staat het ‘MOST-etentje’ op de planning, waar menigeen al een paar dagen naar heeft uitgekeken. Voor de krappe tien euro die we kunnen besteden, krijg ik een heerlijk voor-, hoofd- en nagerecht voorgeschoteld. En een drankje. Met dank aan een zeer prettige Grivna/Euro-wisselkoers. De avond wordt in het hostel afgesloten, met het plannen van onze vrije vrijdag, met bier in het nabijgelegen Trolleybus-cafe en uiteraard met een bezoek aan de 24/7-supermarkt om de hoek.

Vrijdag – Emma
Vrijdag was onze vrije dag waarop ieder voor zich mocht bepalen wat hij nog op zijn bucketlist had staan. Een groepje begaf zich daarom naar het landgoed van voormalig president Janoekovitsj, gelegen aan de Dnjepr, ongeveer 40 minuten rijden van Kiev. Voor als je je af vraagt hoe groot dit landgoed precies is, ze hebben twee uur op fietsen rond gereden en nog niet alles gezien! Anderen bezochten de boekenmarkt, waar je een boek kon meenemen voor vijf Grivna (ongeveer 18 cent), en de etensmarkt waar je alles mocht proeven en blokken varkensvet kon kopen. Ook het Lenin standbeeld en de Rosjen chocoladewinkel in eigendom van president Porosjenko werden nog bezocht. ’s Avonds bezochten we gezamenlijk een concert in de filharmonie genaamd ‘Het einde van de Kievse lente’ waarin wij konden genieten van klassieke stukken, afwisselend begeleid door een soliste. We werden zelfs nog door een lief vrouwtje van onze stoelen aan de zijkant naar hele goede stoelen in het midden gestuurd. Na het concert begaf iedereen zich door de regen terug naar het hostel om zich klaar te maken voor de veelbelovende Tsjernobyl excursie die de volgende dag zou plaatsvinden.

Zaterdag 1 – Jan
Op de laatste dag van deze Most-reis, verliet onze delegatie dappere mostlims al vroeg in de ochtend het huiselijke comfort van zijn hostel, om vanaf de andere kant van de stad op de bus naar Tsjernobyl te stappen. Ikzelf keek (net als veel andere mostlims) erg uit naar deze pelgrimstocht, al wist ik (net als veel andere mostlims) niet precies wat ik kon verwachten. Nu ik alles even heb kunnen laten bezinken, kan ik oprecht zeggen, dat ik alles behalve teleurgesteld ben. Tsjernobyl was een werkelijk een unieke ervaring, want ondanks al zijn afschuwelijke littekens, getuigt deze plek ook van het herstelvermogen van zowel natuur, als mens. Het is lastig om alle indrukken van het gebied via een beeldscherm over te brengen, helemaal in tekst, maar hieronder zal ik er een poging tot doen.

Rond een uur of tien, arriveerden we na een laatste briefing bij het eerste checkpoint, waar we na een laatste paspoortcontrole de zogenaamde ‘ontvreemdingszone’ binnen kwamen. Mocht dat een beetje grimmig klinken, het idee van een uitstap naar Tsjernobyl riep van tevoren ook niet veel anders op, maar reden voor spanning bleek er niet te zijn. Het groen in het uiterste gebied was bijzonder levendig en onze geigertellers bijzonder stil. Dat is maar goed ook, want in het stadje Tsjernobyl, waar we even later stopten, verblijven er tegenwoordig nog zo’n paar duizend mensen. Toch word je door de stille sfeer en de vele monumenten in het stadje en door de andere, compleet uitgestorven dorpjes in de streek herinnerd aan de gebeurtenissen van ’86.

Op de volgende stop zagen we één van de meest bizarre verschijnselen in het gebied. Verstopt tussen de naaldbossen en ingenieus uit de schijnwerpers gehouden als gesloten scoutingkamp (met nonchalant beschilderde bushalte en al), ligt de geheime militaire stad Tsjernobyl 2, met de gigantische Doega radar. Samen met de kille kazernes maakt dit de obscuriteit van de ontvreemdingszone compleet.

Al snel daarna was uit de verte de beruchte reactor te zien, nog net niet overschaduwd door zijn toekomstige overkapping. Toen we met de bus langs de kerncentrale aan de andere kant van het koelkanaaltje reden, sloegen alle geigertellers uit. Na een rondje om het terrein stopten we bij het monument aan de kernramp, met daarachter het zicht op de reactor. Ik kan niet zeggen dat het niet raar voelde om van zo dichtbij (toch nog een paar honderd meter) een blik te werpen op het epicentrum van de kernramp. Naast dit duistere beeld van de geschiedenis lag een wat meer heldere toekomst; de nieuwe sarcofaag, die binnenkort in gebruiken zou moeten worden genomen. Nog steeds wordt er hard gewerkt aan de gevolgen van de catastrofe, op de reactor waren er zelfs nog een aantal mensen te zien. In de nabij gelegen kantine van het centralepersoneel kon iedereen even bijkomen met een stevige Oekraïense lunch.

Als afsluiting, en misschien wel als hoogtepunt van de tour bezochten we de spookstad Pripjat, vooral bekend om zijn iconische kermis. Deze ‘atoomstad’, gebouwd voor de arbeiders van de centrale, werd zwaar getroffen tijdens de ramp. De straten en gebouwen zijn na de ramp uitgestorven, de inwoners van Pripjat zouden nooit meer terugkeren. De rondleiding door deze eens perfecte Sovjetstad leverde een reeks bijzondere beelden op: overgroeide parkjes, rijen lege flatgebouwen, vervallen buurtcentra en een geplunderde supermarkt. Het contrast tussen het leven voor de kernramp (wat er aan beeldmateriaal van beschikbaar is) en de situatie in de stad nu is nauwelijks te bevatten. Na zo’n uurtje rondgelopen te hebben door de stad, was het tijd om de zone te verlaten. Een moment stilte bij het monument aan de brandweerlieden van Tsjernobyl vormde een mooie afsluiting van een indrukwekkende dag.

Voor iedereen die niet is geweest, zou ik het zeker aanbevelen om een keertje naar Tsjernobyl te gaan. Een kijkje in het gebied is hartstikke interessant en tegenwoordig ook ongevaarlijk, iedereen is heelhuids en zelfs met alle schoenen teruggekeerd.

Zaterdag 2 – Pieter
Het gros is naar Tsjernobyl; Sophie, Susan en ik blijven in Kiev. Een zeer geslaagde dag, zowel beginnend als eindigend met miscommunicatie.

Om 6 uur vertrekt de Tsjernobyl groep. Een leuk tafereeltje waarbij zo zacht mogelijk wordt gedaan maar iedereen toch al wakker is. Nadat de laatste naar beneden is, draai ik me weer om en ben ik weer vertrokken.

7.44 – Sms Alessandro

“Heey Pieter, Marit voelt zich niet goed en gaat straks terug. 11u redt ze wel maar kun jij tegen de gastvrouw zeggen dat ze op haar wacht?”

Weer wakker leggen we de situatie even aan Ljoebov’ uit. We krijgen de sleutel en gaan uitgebreid ontbijten met havermoutpap (even terug in het ouderlijk huis) en blini.

Om elf uur is Sophie wel klaar met wachten en vertrekt. Na wat sms’jes naar verschillende Marits blijkt onze Marit toch in Tsjernobyl te zitten. Niet getreurd, Susan en ik vertrekken onmiddellijk naar een of ander openlucht museum, gevonden in een gidsje. Verder onmogelijk te bereiken: geen trolleybussen of marsjoetki vanaf het stationnetje zoals aangegeven. Zelfs een oude baas kan ons niet helpen. Ons Russisch was nog niet goed genoeg om zijn Oekraïens (of toch Russisch?) te verstaan. Als hij vraagt ob wir deutsch sprechen en mijn antwoord volmondig “DA!” is, weet hij het helemaal niet meer. We bereiken onze bestemming uiteindelijk ook niet. Dan maar terug naar het centrum.

Na de gouden Poort bekeken te hebben struinen wij wat door Kievse straatjes in de hoop ergens uit te komen waar ze toeristenrommel verkopen. Uitgekomen op het plein voor de St. Michaelskathedraal is het eerste wat wij zien: “HOP NEDERLAND HOP” en veel blije mensen. 21 mei, de dag van Europa in Oekraïne. Duitse volksdans (door omstanders beschreven als Nederlandse volksdans), Engelse theequizzen, Franse taalcursussen en wat knutseltafeltjes (de Nederlandse show was blijkbaar al afgelopen o.i.d.) Nog een Oekraïens-Duits vlaggetje gescoord en een paar jongens met kunstjes op een rekstok gezien. Natuurlijk mocht een kleine herinnering aan de Donbas niet ontbreken.

Hoe gezellig het ook was, we moesten toch souvenirs hebben. Bij het afstruinen van de markt hebben we een afslag naar de kunstmarkt genomen en ongeveer duizend schilderijen gezien. Uiteindelijk belandden met een beker koude kwas op een fietsbrug over de Dnjepr, zijn we even op het strandje geweest en liepen langs de bungeejumpende mensen weer terug richting hostel. De sfeer in Kiev was een stuk aangenamer dan ik zo van Tsjernobyl inschat.

Terug in het hostel kunnen we met de volgende miscommunicatie beginnen. Na wat heen en weer ge-sms (en soms alleen maar heen) over waar wij de groep zouden treffen krijg ik weer een bijzonder bericht: “Wij staan nu op 1km van het station stil” even later: “Bus heeft[ ]geen benzine meer”. Eerste reactie: wij zijn jaloers, echte Oostblok taferelen. Tweede reactie, ze zoeken het maar uit, wij wachten zoals (wat bleek: eigenlijk niet) was afgesproken op het station. Half tien, nog niemand te bekennen, het kleine flesje wodka is inmiddels leeg en we hebben nog niks gegeten. Gelukkig deed de metro het weer dus was terugweg iets korter.

Eindelijk avondeten in de vorm van bier en pelmeni in Trollyebus, een kroeg met semi- tot niet-grappige plaatjes aan de muur waar niet gekaart mocht worden. Om 3 uur naar de supermarkt voor 13 flessen wodka als souvenir en om 4 uur in de bus naar het vliegveld. Uiteindelijk een zeer vrolijke, relaxte, weinig geplande, laatste dag!

Terugblik MOST-reis Georgië 2017

Beste leden,

Voordat jullie de mooie verhalen van de MOST-reis naar Minsk in 2019 te lezen krijgen is er even een terugblik naar de MOST-reis naar Georgië in 2017. Geniet van deze mooie verhalen en vergeet niet terug te komen voor het verslag over Minsk!

Woensdag 17 & donderdag 18 mei– Pieter
Woensdag 17 mei 20.01 vertrekt de trein vanuit Leeuwarden. De hele dag een beetje tas in lopen pakken en rustig vertrekken. Het vliegtuig vertrekt ’s ochtends om 5.30, we hebben afgesproken om 2.30 en zodoende brengt men de nacht door op het vliegveld. Mijn redenering was: ik ga mooi op tijd en zoek een lekkere slaapplek op het grote luxe Schiphol. Die heb ik dus niet gevonden. De bagageafgifte ging pas ’s ochtends open en ik moest het doen moet de door airco te koude hoekjes op de grond en bankjes met leuninkjes in het midden. Bovendien was er nog aardig wat volk op de been. Er was een gezellig cafeetje waar ik voor €3,85 een fluitje van 0.18 bestelde en buiten op het terras in de warme zomeravond nuttigde. Ondanks de prijs en de hoeveelheid smaakte hij prima. Helaas ging deze tent om twaalf uur dicht en was ik weer terug bij af. Het slapen had ik opgegeven en ik jatte een Аргументы н Факты bij de AKO voor bij het wachten (ik had ook een boek voor leesvaardigheid bij me, maar ik was wel op vakantie ja), las een stukje, en legde hem weer terug toen hij weer openging. Gelukkig kwamen om half een de eerste al binnendruppelen.
We hadden een plekje bij de La Place, een enkeling bestelde een dure maar wel goeie thee en er werd een beetje gepraat. Iedereen had er zin in maar was ook op voorhand al uitgeput van de korte nacht en de vlucht van acht uur met onze vrienden van Ukrainian Airlines. De laatste die aankwam was Bram met een fles wodka die op moest maar ook dat is bij lange na niet gelukt. Ondertussen werden er ook door de diehards papers geschreven en Anna Karenina’s gelezen.
Op weg naar de gate ontwaakt men uit de sluimerstand. In de vertrekhal op weg naar de gate komen we nog langs lekkere ligstoelen maar er is toch weinig tijd meer. Bovendien is er tl-licht. Iedereen, en ik waarschijnlijk als laatste, heeft inmiddels wel begrepen dat slapen er niet meer in zit en de hoop is gevestigd op het vliegtuig. En dat lukt. En we hoefden ons niet eens zorgen te maken dat we de snack zouden missen.
Met een prachtig uitzicht op de Dnjeper naderen we Kiev en we hebben een ruime overstaptijd op het oude vertrouwde Borispol. De een trakteert zich op een lekker biertje met борщ en сало, de ander op een goed boek en een derde probeert te slapen. Ook is het fijn om weer wat Russisch om je heen te horen. Om 12 uur gaan we dan eindelijk naar Georgië. Weer de prachtige Dnjeper en ik geloof zelfs de Krim te hebben gezien. In Georgië was het bewolkt dus de Kaukasus heb ik gemist. Of ik sliep.
Op het vliegveld worden we opgehaald door onze grote kale vriend Gaga en die kocht ook ons kaartje voor de bus. De busreis was nog best lang en het werd naarmate we dichter bij de stad kwam steeds gezelliger. (Zie foto) Het hostel was best oké met Gucci overtrekken en hele dunne dekentjes en het werd gerund door Indiërs.
Er werd in groepen eten gezocht en gevonden. Het door Gaga aangeraden Tiflis (niet die hippe zonder chinkali vanwege de stank Tiflis) was erg lekker en goedkoop. Een topafsluiter voor een topdag!

Vrijdag 19 mei – Emma 
Na onze eerste welverdiende nachtrust in het hostel werd iedereen uitgerust wakker. Dit was ook wel nodig, want onze eerste dag in Tbilisi stond voor de deur wat gelijk één van de intensievere dagen zou worden gezien er een stadswandeling op de planning stond. Maar eerst stond de National Gallery of Georgia op het programma. We begaven ons naar buiten en besloten te voet naar het museum te lopen zodat we alvast wat van de stad konden zien, vandaag met een wat frissere blik.
Onze honger konden we stillen met brood en fruit gekocht bij één van de vele standjes die bemand werden door de lokale Georgiërs. Terwijl we door het heuvelachtige Tbilisi liepen merkten we dat het ondanks het vroege uur al best warm was en de uit voorzorg meegebrachte vesten en jassen werden dan ook al snel in de tas gestopt. Eenmaal aangekomen bij de National Gallery werden alle universiteitspasjes verzameld, kaartjes gekocht en onze tassen opgeborgen waarna we het museum in konden. In het museum bekeken we schilderijen van de voornaamste Georgische kunstenaars uit de 20e eeuw zoals Pirosmanashvili, Kakabadze, Gudiashvili en beeldhouwwerken van Nikoladze. Deze culture impressies maakten hongerig waarna we dan ook op zoek gingen naar wat te eten.
Nadat iedereen voldaan was begaven we ons naar het vrijheidsplein waar onze stadswandeling om 12 uur zou beginnen. We vonden onze gids en begonnen samen met enkele medetoeristen aan een wandeling door het oude centrum van Tbilisi. Tijdens de tour vertelden de gidsen ons allerlei feitjes en bijzonderheden over Tbilisi en wezen ze ons op de kleurrijke huizen en de kleine plekjes die wij zelf nooit ontdekt zouden hebben. We bezochten ook een waterval waar natuurlijk een groepsfoto gemaakt moest worden.
Na de ongeveer twee uur durende stadswandeling besloten we met de kabelbaan omhoog de berg op te gaan richting fort Narikala. De kabelbaan gaf een heel mooi uitzicht over de stad waar wij net doorheen gelopen waren. Eenmaal bovenop werden er eerst zeer artistieke foto’s gemaakt voor Instagram waarna we op zoek gingen naar het fort. Dit bleek moeilijker dan gedacht maar uiteindelijk bereikten we onze bestemming, de één via een avontuurlijkere route dan de ander. Nadat we hier hadden rondgekeken benutten we de kans om even uit te rusten voordat we besloten terug naar beneden te lopen. Eenmaal beneden was het eind middag en werden we overvallen door een stevige wolkbreuk waarna de meesten hun heil zochten in één van de typisch Georgische restaurantjes.
Die avond stond er een onmisbare activiteit op het programma namelijk een wijnproeverij. We verzamelden in een wijnkelder waar we een tal van verschillende wijnen voorgeschoteld kregen. Onder het genot van een vol glas bespraken we onze belevenissen en de pijnlijke voeten. Al met al kwamen we tot de conclusie dat het een zeer geslaagde dag was geweest, op naar de volgende!

Zaterdag 20 mei – Tomas
Op de zaterdag ruilden we het centrum van Tbilisi in voor een buitenwijk, om aldaar aan de Caucasus University twee korte colleges te volgen. Na een lange reis in een volgepakte bus, die ons (in elk geval fysiek) nader tot elkaar bracht, wachtte ons allereerst een luxueus ontbijt in NIP-stijl: koekjes, chocoladeblokjes en flesjes water waren ons proviand voor een studiemiddag. Het hoofd van de universiteit maakte deel uit van de welkomstcommissie, alhoewel hij ditmaal niet verscheen in driedelig pak met strak gekapte haarcoupe (zoals op de folder), maar in sjofele spijkershorts – het zou zijns inziens beter passen bij het hardrockconcert dat hij later die avond zou gaan bezoeken.
Het eerste college had als onderwerp de internationale betrekkingen van Georgië, en ging in op de politieke ambities van de regering. De optimistische toekomstvisie een nauwere samenwerking met de Europese Unie aan te gaan werd geruggesteund door informatie over reeds geleverde prestaties, zoals onder meer de terugdringing van corruptie. De door Georgië ingeslagen weg werd gecontrasteerd met andere toegepaste politieke tactieken in de regio, waarbij onder meer ingaan werd op de relatie tussen bijvoorbeeld Armenië en Rusland. Het opvallend positieve verhaal was interessant en verfrissend, alhoewel door velen van ons vraagtekens gezet werd bij de wederkerigheid van Georgië’s liefdesverklaring aan de EU.
De docent van het tweede college, die wat weg had van ‘ons aller’ Aleksej Aleksejevitsj, had als opdracht gekregen om in één uur de geschiedenis van Georgië met ons door te nemen. Hij ging onder meer in op apostel Andreas (die nog vóór St. Nino de orthodoxie naar Georgië bracht), ‘de Bouwer’ David IV, Koning Tamar, en, niet te vergeten, het belang van wijn en brandy. Met de hoeveelheid geboden interessante informatie was het niet erg dat hij uit enthousiasme ietwat over de afgesproken tijd heen ging.
’s Middags bezochten we het Nationaal Museum, dat we vooral aandeden voor de ruimtes met informatie over Georgië ten tijde van de Sovjet-Unie. Vooral indruk maakte het informatiebord waar ingegegaan werd op de door een veertienjarige(!) georganiseerde verzetsbeweging. Andere ruimtes boden niet specifiek op Georgië gerichte artefacten, waarvan vooral een stel samoeraizwaarden tot hoogtepunt van de collectie genoemd mocht worden, waarover veel meer te vertellen bleek dan op voorhand gedacht.
’s Avonds ging ieder zijns weegs, alhoewel ieders avond hoogstwaarschijnlijk in het teken stond van deeggerechten en de zoete (Pieter: ‘Poloesladkoje is fuckingsladkoje’) Georgische wijn.

Zondag 21 mei – Mireille
De dag begon vroeg. Na een uiteindelijk succesvolle zoektocht naar het treinstation begon de ongeveer een uur durende treinreis naar Gori. De coupé was muffig maar degelijk, met vale gele gordijnen en enkel nog een ander gezinnetje. Terwijl de trein zich voortbewoog waren sommigen wat aan het kletsen, anderen sliepen bij, en nog anderen staarden uit het raam om het Georgische landschap in zich op te nemen, wat bestond uit heuvels met groene bomen, hier en daar een klein dorpje met een treinstationnetje, en huisjes met een eigen wijngaard of een paar beesten.
Aangekomen in Gori ging de reis naar het hostel verder. De weg liep over modderige onverharde weggetjes terwijl de regen met bakken uit de lucht kwam zetten. Bij het hostel werden we gelukkig hartelijk verwelkomd door kapster Marina, en konden we eindelijk weer even genieten van een warme douche.
Na geluncht te hebben met verscheidene Georgische gerechten en Russische deuntjes uit de jukebox op de achtergrond, was het weer opgeklaard, en werd de tour door Gori vervolgd. Het fort van Gori werd verkend, waarbij er vele bloemetjes, een vreemd konijn, en een geheime kamer gevonden werden. Er werd heerlijk uitgewaaid en uitgeraasd op het fort, met een prachtig uitzicht over de hele stad en omgeving. Vervolgens werden er ook enkele bezienswaardigheden, zoals een oorlogsmonument en kerkjes bekeken, en aangezien Gori de geboorteplaats van Stalin is moesten de Stalinstraat, het Stalinplein, het Stalinpark, het Stalinstandbeeld, en het Stalinmuseum uiteraard ook bezocht worden. Hierna was er nog tijd om door het stadje te slenteren, souvenirtjes te kopen en vrienden, al dan niet vijanden, te worden met de vele straathonden die door Gori zwierven.
De dag werd beëindigd op de bovenverdieping van het hostel, op de met bloemetjesstof bekleedde bankjes, rond een geïmproviseerd lampje. Onder het genot van huisgemaakte chacha en Georgische wijn werden er enkele liederen gezongen, vele MOST-anekdotes verteld, en er werd nog meer gelachen. Iedereen vond uiteindelijk zijn bed, al uitkijkend naar de volgende dag.

Maandag 22 mei – Tjad
Op maandag ontwaakten wij door het zonlicht dat door de gordijnen onze hostelkamers binnen probeerde te dringen. We bereidden ons voor op onze tweede dag ‘in de provincie’, waarbij we dankbaar gebruik maakten van het warme water dat er in het hostel uit de douchekop kwam. Vandaag zou een bezoek aan de oude vestingstad Uplistsikhe op het programma staan. Op de stoep voor ons hostel wachtten wij in het zonnetje totdat een tamelijk gammel busje de straat inreed. Ons vervoer was gearriveerd! Nadat iedereen een plekje had gevonden, liet onze chauffeur de motor grommen en lieten we Gori spoedig achter ons. De weg voerde ons langs dorpjes en wijngaarden de bergen in. De uitzichten op uitgestrekte dalen en (hier en daar) besneeuwde bergtoppen van de Kaukasus deden ons vergeten dat de kwaliteit van de weg te wensen overliet. Bovendien was onze chauffeur een geoefend bestuurder die vaardig om alle gaten en kuilen heen reed.
Eenmaal in Uplistsikhe aangekomen en alle studentenkaarten wederom verzameld te hebben begaven wij ons naar de kassa, waar de entreeprijs voor studenten één enkele Lari (ongeveer 20 eurocent) per persoon bleek te zijn. Onze gids, die behalve de ingestudeerde rondleiding eigenlijk geen Engels sprak, nam ons mee naar boven en vertelde hierbij het een en ander over de oude stad. Uplistsikhe werd gesticht rond het jaar 1000 voor Christus. Tot de elfde eeuw was het een van de belangrijkste politieke en religieuze centra van het Georgische volk. Na de kerstening van de Georgiërs moest de stad wijken voor Mtscheta, de nieuwe (Christelijke) hoofdstad. De vestingstad is grotendeels uit de rotsen gehouwen en getuigd van zowel heidense als Christelijke architectuur. Het was ontzettend gaaf om rond te lopen op deze plek met zo veel historie. Daarbij kwam dat het weer nog steeds niet teleurstelde en het uitzicht over de Mtkvari rivier ook zeer aardig was. Onze gids leidde ons langs o.a de troonzaal, apotheek en gevangenis, waarna de tour vol spanning eindigde via een (niet meer zo) geheime tunnel terug naar beneden.
Na een korte lunch in een schaduwrijk plekje, vervolgden wij ons programma met een bezoek aan een oud klooster. Aangekleed volgens alle Christelijk orthodoxe kledingvoorschriften schuifelden we voorzichtig het koele kerkje binnen. Hier was eerlijk gezegd niet veel te zien, daar de meeste muurschilderingen dringend gerenoveerd dienden te worden en de kerk vol steigers stond. Toch was dit uitstapje niet tevergeefs, omdat we lekker konden genieten van de rustige omgeving. Enkelen van ons waagden zich aan een avontuurlijke klimtocht naar het kruis bovenop de berg, waarbij bleek dat omhoog gaan altijd makkelijker is dan naar beneden.
Daarna was het al weer tijd om terug te keren naar Tbilisi. Onze chille chauffeur liet zich overhalen om ons voor een extra zakcentje hierheen te rijden. Op de nieuw ogende snelweg werd het gaspedaal goed ingetrapt en waren we binnen de kortste keren terug in de hoofdstad. Hier splitste onze groep zich en maakten we nog iets langer gebruik van het mooie weer door onder het genot van een wijntje terug te denken aan de afgelopen dagen.

Dinsdag 23 mei – Richard
Dinsdag gingen we met zijn allen vroeg opstaan omdat we met de bus naar de ambassade gaan. Onze begeleiders hadden een heel goede planning en toen kwamen we een half uur te vroeg bij de ambassade aan. En toen mochten we naar de supermarkt omdat we nog tijd hadden en toen gingen we snoepjes kopen en ook kauwgom. Toen gingen we weer terug naar de ambassade en toen moesten we naar de zesde verdieping of misschien de zevende. Uiteindelijk was het de derde. We kregen koffie en thee en water, maar er waren geen koekjes. En er waren ook te weinig stoelen.
Na de ambassade gingen we met de bus naar de Samebakathedraal. Dat is eigenlijk een heel grote kerk in het midden van de stad. We gingen binnen kijken maar dat was nog lang niet af en ze moesten alles nog schilderen met steigers enzo. En buiten was er een pauw die ruzie maakte met een eend.
Na de kerk gingen we naar de metro lopen en naar de spar en daar kochten we brood. En toen gingen we met de metro naar het busstation van Tbilisi. Dat was heel leuk.
Bij het busstation gingen onze begeleiders zoeken naar een taxi die ons naar Mtscheta wilde brengen. Dat is de oude hoofdstad van Georgië. Het was een heel aardige taxichauffeur. Hij vroeg ons of we ook nog naar het Dzjvariklooster wilden op de top van de berg. En toen ging iedereen door elkaar heen roepen en ruzie maken. We gaan geen namen noemen. De taxichauffeur nam nog een slokje wodka en ging door de bergen rijden. Toen kwamen we aan bij het klooster. Het was heel klein en we mochten een kwartier vrij rondlopen.
Daarna reden we naar Mtscheta. Eerst gingen we naar de Samtavrokerk en daar was ook een kapel van Sint Nino. Toen waren we naar de andere kant van het stadje gelopen en daar stond nog de Svetitschovelikathedraal. Dat is eigenlijk een soort kasteel, waar mensen gingen schuilen bij oorlog. Er waren zoveel mensen die ons wilden rondleiden, dat wij ook moesten schuilen in de kerk. En er was een priester die water naar ons ging gooien. Maar dat was niet erg want de zon scheen.
Daarna gingen we terug naar Tbilisi met de taxichauffeur. Het was een hele leuke dag.

Woensdag 24 mei – Sophie
De laatste volle dag programma begint met een bezoek aan het Georgian Institute of Politics. Van buiten lijkt dat alles behalve een statig instituut. Het GIP ligt in een rustige zijstraat, achter een hek waar een klein bordje op hangt, met een deurbel waarvan je pas weet of hij werkt op het moment dat er iemand open doet. Maar de deur gaat zeker open en we worden vriendelijk ontvangen door een vrouw en man die enigszins verbaasd zijn door onze twintig man tellende groep. De volgende minuten zijn ze bezig het meubilair uit het instituut te verzamelen om ons allemaal van een zitplaats te voorzien. Een uur lang spreken we met deze onderzoekers (een Litouwse en een Amerikaan) over de politieke situatie in Georgië. Wij stellen vragen over het politieke systeem, de EU, Rusland en het reilen en zeilen van het GIP en krijgen genuanceerde antwoorden over de huidige situatie en over de toekomst van het land.
Om twaalf uur staan we weer buiten en valt de groep uiteen voor een vrije middag. Ik beland met een grote groep in de Dunkin’ Donuts op Rustaveli Avenue. Terwijl er donuts worden gegeten ga ik even naar de supermarkt die zich in hetzelfde pand bevindt. De winkel is groot maar de lange schappen zijn gevuld met veel dezelfde producten: maar twee soorten chocola, een heel gangpad nutella-potten. Onze groep splitst verder op. Een deel gaat naar het pretpark dat boven de stad ligt, ik ga met een ander deel vanaf Rustaveli naar een meer op een berg in het Zuidwesten van Tbilisi, het Tkus Ba-meer (letterlijk ‘het schildpaddenmeer’, maar we hebben er geen gezien). We willen met de bus maar die blijkt niet te gaan en dus rijden we in een volle marsjroetka naar het Vake-Park, waar vandaan een kabelbaantje loopt naar het meer op de berg. Bij het meer is het stil, mooi en idyllisch, en helaas veel te koud om te zwemmen. We lopen een rondje langs de oever, zitten bij het water en ik ben erg tevreden met het moment.
Om half zeven verzamelt de hele groep bij het metro station Marjanishvili voor het MOST-etentje. De reiscommissie heeft een fijn Georgisch restaurant uitgekozen waar we nog een keer goed gebruik maken van chatsjapoeri, chinkali, notensalades, rode wijn en chacha. Pieter verlegt zijn grenzen en waagt zich aan Georgisch runderhart en -lever en iedereen wil proeven. Om acht uur begint de live muziek (zangeres en zanger met cd op de achtergrond en discolichten!) en wordt onze Lejla toegezongen want ze is de volgende dag jarig. Uiteindelijk wordt de muziek toch wat heftig en de rest van de avond wordt verbracht in verschillende bars met karaoke en waterpijp, en in andere duistere café’s waar ik alleen maar over heb gehoord omdat ik inmiddels was afgehaakt.

Donderdag 25 mei – Lejla
De laatste dag van een reis is nooit heel interessant. Je pakt je spullen uit het hostel, gaat naar het vliegveld en wacht totdat je terugvliegt naar Nederland. Ik had het kleine voordeel dat de laatste dag mijn verjaardag was. Ik had nog nooit eerder mijn verjaardag in het buitenland gevierd, dus dat was nieuw. Het bleek uiteindelijk niet heel speciaal te zijn. De dag eerder hadden we het laatste etentje samen, waarna we dus uit gingen. We gingen als groep naar een karaoke bar; heel leuk, maar ik vind karaoke een beetje cringeworthy dus ik wilde graag weg en ergens shisha gaan doen. Uiteindelijk ging een klein groepje naar een shishabar, vlak bij het Vrijheidsplein. De fissa was gaande. Om 00:00 gingen mensen zingen en er werd cake en een cocktail voor mij gebracht; Tjad had toeters en feesthoedjes van de HEMA mee genomen. Good times. Ik kreeg ook nog super mooie sokken met khinkali erop. Als dit niet bestuursliefde is, dan weet ik het ook niet. Na een tijdje hadden we genoeg van shisha en wandelden we naar huis onder het zeer gezonde genot van een aantal sigaretten.
De volgende ochtend ging ik met wat mensen nog even de stad in; we hadden ontbeten en gingen toen nog souvenirtjes halen. Daarna terug naar het hostel en richting het vliegveld. Die ene guy die ons vanuit Gori naar Tbilisi heeft teruggereden kwam ons ophalen. Boris, een echte held.
Eenmaal daar aangekomen, hadden Tjad en ik de laatste laris ingezameld en met dat geld, met het kleine beetje wat MOST nog had, hebben we M&M’s voor iedereen gehaald. Tijdens het zoeken naar geschikt snoepgoed zag ik Twilight barbiepoppen en werd ik even herinnerd aan de 13-jarige ik die posters van Edward Cullen op al haar muren had hangen. Traumatiserend. Waar Georgië wel allemaal niet voor heeft gezorgd. Er gebeurde verder niets interessants meer; we aten snoep en een paar mensen lagen op de grond te chillen.
Zoals ik al eerder zei, het was die dag mijn verjaardag, dus veel mensen hadden feesthoedjes op in het vliegtuig. De terugvlucht leek langer te duren dan de heenvlucht. Het was allemaal ook vrij saai en het grootste gedeelte van de geliefde MOST-groep sliep. Ik had honger en bestelde zwaar teleurstellende kippensoep. Op dat moment was ik heel verdrietig dat ze geen noedels hadden.
Eenmaal aangekomen op Schiphol namen we afscheid van elkaar met een grouphug en gingen allemaal onze eigen weg. En you all know me, op de weg terug naar huis had ik nog even Burger King gehaald, want ik had honger en BK is er altijd voor mij <3 lobi. Het was een zwaar geslaagde reis, en ondanks alle stress die penningmeester zijn met zich mee brengt, kijk ik er toch met goede herinneringen op terug. Volgend jaar Georgië-reis 2.0, guys?